Inleiden


Met enige regelmaat wordt er in onze spreekkamer gesproken over “inleiden”. Wat houdt inleiden eigenlijk in en wanneer kiezen we daarvoor? Hoe zit het als je “over tijd” bent, waar ligt de grens en wat gebeurt er dan? Hieronder zullen we deze vragen beantwoorden zodat je meer informatie hierover hebt en wellicht betere keuzes kunt maken.

Strippen
Voordat je echt gaat praten over inleiden, hebben we een manier achter de hand waarmee je soms ook een bevalling kan laten starten, dit heet “strippen”. Wat houdt dit in en hoe werkt het dan?
Strippen gebeurt door het doen van een inwendig onderzoek. Hierbij wordt er door de verloskundig hulpverlener met 2 vingers gevoeld naar de baarmoedermond. Eerst wordt deze beoordeeld op “rijpheid”. Net als bij een appeltje aan de boom moet ook een baarmoedermond rijpen. Deze is gedurende de zwangerschap gesloten, stevig van structuur en weggekanteld van de uitgang waardoor het een goede bescherming biedt aan de baby, het vruchtwater en de baarmoeder. Aan het eind van de zwangerschap gaat de baarmoedermond “rijpen”. Dit betekent dat de baarmoedermond richting de uitgang gaat kantelen, zachter/weker wordt van structuur en een beetje open gaat staan. Een rijpe baarmoedermond kan gestript worden. Dan masseer je met 2 vingers de randen van de baarmoedermond en woel je de vliezen los van de baarmoedermond die dan nog tegen elkaar aan geplakt zijn. Dit is dus niet de vliezen breken! Strippen kan gevoelig zijn maar is meestal niet pijnlijk. Er kan wat bloedverlies bij ontstaan (denk aan een hoeveelheid waar je een inlegkruisje voor zou dragen), dit is normaal.  Het strippen kan de baarmoeder aanzetten tot weeën. Strippen werkt alleen als het lijf er ook klaar voor is. Wetenschappelijk bewezen is dat strippen de bevalling met 1-2 dagen kan vervroegen. Te vroeg strippen zal dus ook niet werken. Wij gebruiken het in de praktijk in principe alleen vanaf 41 weken. Voor 41 weken alleen in overleg.

Wat houdt inleiden in?
Inleiden staat voor het kunstmatig opgang brengen van de bevalling daar waar het lijf dat zelf nog niet gedaan heeft.
Dit kan op verschillende manieren: het kunstmatig breken van de vliezen, een ballonkatheter of met een infuus met oxytocine.
•    Het kunstmatig breken van de vliezen: het breken van de vliezen kan een manier zijn om de baarmoeder aan te zetten tot weeën maken. Tijdens een bevalling gebeurt dit regelmatig maar vòòr een bevalling zijn we er altijd terughoudend mee. Dat heeft 2 redenen: 1. Zodra je de vliezen breekt, ontstaat er een open verbinding tussen binnen en buiten en daarmee ontstaat er een kans op infectie. Deze kans houden we graag zo klein mogelijk. 2. Als we je vliezen gebroken hebben en er ontstaan geen weeën, moet je na 24u gaan inleiden omdat de kans op infectie dan toeneemt. Daarmee ontneem je jezelf de kans om “natuurlijk” te bevallen. Wanneer kiezen we dan wel voor vliezen breken zonder weeën?  Dat doen we alleen de middag/avond voordat je ingeleid wordt. Je geeft je lijf dan een aantal uren de tijd om te starten met de bevalling en de inleiding voor te blijven. Maar als de bevalling niet opgang komt, weet je dat je toch ingeleid gaat worden in de ochtend want dat stond al gepland.
•    Ballonkatheter: dit wordt alleen in het ziekenhuis gebruikt  (door een klinisch verloskundige) om een niet rijpe baarmoedermond te laten rijpen. Dit rijpen is een belangrijk proces. Als je een niet rijpe baarmoedermond hebt en je zou met een infuus weeën gaan opwekken, dan kan de baarmoedermond niet ontsluiten en kom je in een hele langdurige en ellendige bevalling terecht.  Het rijpen van een baarmoedermond gaat vanzelf maar als er een reden is om in te leiden en dit rijpingsproces heeft nog niet plaatsgevonden, dan kun je door middel van een ballonnetje dit versnellen. Er wordt dan een leeg ballonnetje in de baarmoedermond geplaatst en een stukje opgeblazen. Dit “dwingt” de baarmoedermond om te rijpen. Als het ballonnetje vanzelf losraakt en naar buiten komt, is de baarmoedermond meestal goed gerijpt, 2 tot 3 centimeter open en klaar voor verdere actie.
•    Een infuus met oxytocine: deze vorm van inleiden gebruik je alleen als hier een reden voor is en de baarmoedermond rijp is. Dit gebeurt altijd in het ziekenhuis onder leiding van de klinisch verloskundige. Middels een infuus krijg je het hormoon oxytocine toegediend waar je baarmoeder op reageert door weeën te maken. De hoeveelheid hormoon wordt geleidelijk opgevoerd tot er goede weeën zijn en dan stabiel gehouden. Hoe snel de weeën opgang komen of hoe lang de bevalling duurt, is niet te voorspellen. Bij iedereen verloopt het anders. Inleidingen kunnen heel snel verlopen maar ook langdurig zijn.

Wanneer kiezen we voor inleiden?
Inleiden doen we alleen als daar een medische reden voor is. Dit kunnen uiteenlopende dingen zijn als  hoge bloeddruk, groeiachterstand van de baby, zwangerschapssuiker of “over tijd” zijn.

Hoe zit het als je over tijd bent?
De definitie van over tijd zijn wordt door de WHO gesteld op een zwangerschapsduur van ≥ 42 weken. Hierbij gaan we ervan uit dat de zwangerschapsduur bepaald is met een termijnecho in het eerste trimester.
90% van de vrouwen bevalt tussen 39 en 41 weken. Nog 20% van de vrouwen bevalt na 41 weken en slechts 2-5% is nog niet bevallen bij 42 weken.
Dit betekent dat 15-18% van de vrouwen tussen 41 en 42 weken spontaan bevalt.
Na een zwangerschapsduur van meer dan 42 weken ontstaat er een verhoogd risico op slechte conditie van de baby of babysterfte. Daarom worden vrouwen bij die termijn ingeleid en kiezen we ervoor niet langer af te wachten.

Discussie
Nu is er in Nederland discussie gaande of een bevalling eerder ingeleid zou moeten worden. Houden we de 41 weken grens aan of kiezen we voor de al oude 42 weken grens? De meningen zijn hier sterk over verdeeld en dat heeft geleid tot de INDEX studie. In deze studie wordt gekeken naar de uitkomsten van de bevallingen (en de gezondheid van de baby’s) als een de bevalling standaard bij 41 weken zou worden ingeleid of als we dat pas bij 42 weken doen.
Het onderzoek is nog gaande dus resultaten hebben we nog niet.

In onze praktijk houden wij het huidige advies aan en dat is dus pas inleiden bij 42 weken. Tussen 41 en 42 weken zien we je wel regelmatiger zodat we je kunnen controleren en strippen als jij dat wilt. Rond 41+3 weken regelen we een afspraak in het ziekenhuis voor een hartfilmpje van de baby (CTG) en een echo om de hoeveelheid vruchtwater te bekijken. Indien deze controle goed is, wachten we dus af tot 42 weken. We kunnen dan naast het strippen met jou overwegen of we de middag/avond voor de inleiding je vliezen breken.

Toch wordt er in het ziekenhuis wel eens eerder ingeleid dan 42 weken, ook al is er geen medische reden. Dit is dan op verzoek van de zwangere en heeft vaak te maken met moeheid (slecht slapen), een pijnlijk lijf wat het gevoel geeft 'niet meer verder te kunnen' en ongeduld.
Dit is een gevoel dat veel zwangeren hebben aan het eind van hun zwangerschap en de vraag is altijd 'is dit voldoende reden om de bevalling in te leiden?'

Een inleiding is pittig. Je gaat een bevalling ingang zetten terwijl het lijf zelf daar nog niet klaar voor is. Je “forceert” het opgang komen van de bevalling.
Vaak wordt een inleiding door vrouwen als heftiger ervaren dan een spontane bevalling en we zien dan ook vaker dat vrouwen behoefte hebben aan pijnbestrijding.
Bij een inleiding zit je vast aan verschillende apparatuur. Denk aan het CTG apparaat, middels 2 banden om je buik wordt de hartslag van de baby geregistreerd (indien mogelijk wordt dit inwendig gedaan met een draadje op het hoofdje van de baby) en wanneer de weeën komen. Verder heb je een infuus om de oxytocine toegediend te krijgen. Met dit infuus, de registratie van je buik en waarschijnlijk inwendige registratie van de hartslag ben je nog wel mobiel.
Maar heb je ook behoefte aan pijnstilling, dan is er een grote voorkeur voor een ruggenprik. Een ruggenprik is een goede pijnstiller en werkt vaak naar tevredenheid van de barende maar maakt dat je aan bed vast zit tot je bevallen bent. Lopen of staan gaat/mag niet meer. Ook verticaal bevallen (baarkruk) kan niet meer. Je hebt een blaascatheter omdat je niet meer kan voelen of je blaas vol is. Soms leidt een ruggenprik ook nog tot koorts wat vaak maakt dat er met antibiotica gestart moet worden, al dan niet met het nabehandelen van de baby na de geboorte met antibiotica.
Er wordt ook gezegd dat een inleiding en/of een ruggenprik leidt tot een grotere kans op een kunstverlossing (vacuumverlossing) en daarmee ook een grotere kans op een knip.
In enkele gevallen kan een inleiding niet “aanslaan” omdat het lijf echt nog niet toe is aan bevallen. Soms moet je dan stoppen en dagen later weer verder gaan, soms leidt dit tot een keizersnee.
Dit alles maakt dat we als hulpverleners altijd terughoudend zijn met inleiden en dit alleen doen als er een medische reden is.
Het verdient in onze ogen absoluut de voorkeur om na 41 weken af te wachten en pas bij 42 weken “in te grijpen” middels een inleiding.
Heb je het zwaar in die laatste week? Vraag hoe wij je kunnen ondersteunen om toch door die week heen te komen en hopelijk spontaan te gaan bevallen!
 

Contact

Spoedgevallen en bevallingen
06- 55 700 750
(b.g.g 0900-1515)

Voor afspraken/ echo
035 – 691 54 58

maandag t/m vrijdag
9.00-16.00 uur

Spreekuurlocatie:
Poststraat 11,

1401 EX  Bussum
(ook avondspreekuur woensdag)

Email:
info@geboortehuis.nl
(NIET gebruiken voor spoedvragen!) 

 
Like ons nu op Facebook!

 

Zoeken

Week-tot-Week


Uitgerekende datum

Eerste dag van de laatste menstruatie